HOME

 

De stamvader van de hier beschreven Ti(g)chelaar familie was Jacob Buwes, die geboren is rond 1584 en woonde in Achlum, een dorp in Friesland. Later vestigden zijn afstammelingen zich in Almenum, Midlum en Wijnaldum, dorpen in de omgeving van Harlingen. In de loop der tijd vestigden de meesten zich in Harlingen. Dit met uitzondering van Jan Robijns, die zich in het dorp Tzum onder Franeker vestigde.

Gedurende de Franse bezetting was een ieder verplicht om in 1811 aan achternaam aan te nemen. Er zijn geen schriftelijke bewijzen gevonden dat de Ti(g)chelaars dit gedaan hebben, dit met uitzondering van wederom Jan Robijns, die zich Arbeider ging noemen. Zijn kinderen zijn later de naam de Jong gaan voeren. 

De eerste maal dat de achternaam op schrift verscheen was in het Régistre civique (stemregister) van Almenum. Dit was Tjerk Robijns en de achternaam was geschreven als Tichelaar. Daar onze voorouders lezen noch schrijven konden was de spelling afhankelijk van de kennis van de spellingsregels die de ambtenaar hanteerde die deze naam opschreef. Volgens deze spellingsregels moest de naam worden geschreven als Tigchelaar. Dit verklaart ook het feit dat verschillende kinderen uit één gezin in hun respectievelijke geboorteaktes Tichelaar of Tigchelaar werden genoemd.

 

Gedurende de 19e en het begin van de 20e eeuw waren de meeste van onze voorouders werkzaam als arbeider en leidden een uiterst armoedig bestaan.

 

Het onderzoek naar deze Ti(g)chelaar familie is en wordt uitgevoerd door Wieger Koeze, Lodewijk Tichelaar, Loek Tigchelaar, Harold Tigchelaar en Tjerk Tigchelaar die u dankbaar zullen zijn voor aanvullende informatie.

Naar grafische weergave

Na een onderzoek van ruim tien jaar heeft Harold Tigchelaar enige jaren geleden een boek gepubliceerd met daarin de geschiedenis van de eerste zeven generaties Tigchelaars die afstammen van stamvader Jacob Buwes.